Van Wwft naar AMLR: de inperking van de procesvrijstelling

Vanaf 10 juli 2027 treedt de verordening Anti-Money Laundering Regulation (AMLR[1]) in werking.[2] In de AMLR zijn de huidige Wwft-verplichtingen zoals het cliëntenonderzoek, monitoring en het melden van (verdachte) transacties ondergebracht.[3] Hoewel deze verplichtingen niet nieuw zijn, is de communis opinio dat de uitvoering daarvan in de praktijk een behoorlijke lastenverzwaring gaat opleveren.[4] Een van de wijzigingen betreft de (proces)vrijstelling.[5] Deze lijkt onder de AMLR een aanzienlijk beperktere reikwijdte te krijgen.

Voor nu geldt nog dat de Wwft in het geheel niet van toepassing is op onder meer belastingadviseurs[6], notarissen en advocaten zover zij voor de cliënt specifieke werkzaamheden verrichten zoals het verlenen van rechtsbijstand tijdens een procedure[7], het geven van advies voor, tijdens en na een procedure en het geven van advies over het instellen of vermijden daarvan.

In de AMLR zijn daarentegen uitsluitend de meldplicht van verdachte transacties[8], de terugmeldplicht[9] en de verplichting om in bepaalde gevallen een zakelijke relatie te beëindigen vrijgesteld als sprake is van procesbijstand.[10] Een algemene uitzondering op het cliëntenonderzoek ontbreekt.[11] Voor dienstverlening die binnen het toepassingsbereik van de AMLR valt, lijkt dat onderzoek daarom verplicht te blijven, ook wanneer de procesvrijstelling van toepassing is.

Meldingsplichtige entiteiten[12] dienen in deze situatie het cliëntenonderzoek conform de AMLR te verrichten – zoals het identificeren en verifiëren van de UBO, een onderzoek naar de herkomst van middelen en het monitoren van de relatie – terwijl zij een verdachte transactie niet mogen melden.

Bovendien kent de AMLR uitzonderingen op de procesvrijstelling. Deze geldt niet voor meldingsplichtige entiteiten die betrokken zijn bij of advies geven met het oog op witwassen, daarmee verband houdende delicten of terrorismefinanciering. En ook niet als zij weten dat de cliënt met het oog daarop advies inwint. Het is niet duidelijk wanneer daarvan sprake is. Daarnaast kunnen lidstaten nog andere uitzonderingen op de procesvrijstelling opnemen.

Een wezenlijke vraag is wat het AMLR-cliëntenonderzoek in deze situaties bijdraagt aan de bestrijding van witwassen en hoe deze verplichtingen en uitzonderingen zich verhouden tot het recht op vertrouwelijke rechtsbijstand. Uitzonderingen op de procesvrijstelling creëren is wat mij betreft een hellend vlak.

Hoewel de procesvrijstelling niet verdwijnt, lijkt deze aan belang sterk in te boeten onder de AMLR. De AMLR wordt momenteel aangevuld met technische reguleringsnormen (RTS), technische uitvoeringsnormen (ITS) en richtsnoeren (Guidelines), welke voor een groot deel zullen bepalen op welke wijze invulling zal moeten worden gegeven aan de AMLR.[13] Hopelijk krijgt de procesvrijstelling daarin meer aandacht en alsnog een ruimer toepassingsbereik.


[1] Verordening 2024/1624.

[2] De AMLR is onderdeel van het AML-pakket dat ook bestaat uit de oprichting van de Europese toezichthouder, de Anti-Money Laundering Authority (AMLA) en de nieuwe anti-witwasrichtlijn (AMLD6). De zesde anti-witwasrichtlijn (AMLD6) wordt in Nederland omgezet via de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt) die ook op 10 juli 2027 inwerking treedt. Deze regels zien vooral op toezicht en handhaving van de AMLR.

[3] De Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) zal verdwijnen.

[4] Zie bijv. NOB vreest hoge rapportagelast door nieuwe Europese witwasregels · Accountancy Vanmorgen en NBA: nieuwe anti-witwasregels kunnen compliancekosten tot 50 procent verhogen · Accountancy Vanmorgen.

[5] Van art. 1a lid 5 Wwft.

[6] In art. 1a lid 5 Wwft staat de accountant niet opgenomen, maar volgens de NBA heeft het BFT bevestigd dat de procesvrijstelling ook geldt voor de accountant die fiscale rechtsbijstand verleent (zie de NBA-handreiking 1124, p. 26.

[7] De wet spreekt over ‘rechtsgeding’.

[8] Art. 70 lid 2 AMLR.

[9] Art. 24 AMLR.

[10] Art. 21 lid 2 AMLR.

[11] Wel is hierin expliciet opgenomen dat vrijstelling naast belastingadviseurs, advocaten en notarissen ook geldt voor onafhankelijke beoefenaars van juridische beroepen, auditors, externe accountants.

[12] De nieuwe ‘naam’ voor ‘instellingen’.

[13] Deze worden momenteel (ter consultatie) gepubliceerd op: Regulatory Instruments – Authority for Anti-Money Laundering and Countering the Financing of Terrorism.

Geschreven door:

mr. Percy J. Draijer

Deel dit artikel

Kennisbank

Meer artikelen & actualiteiten