Ben je verplicht de decryptiecode van je telefoon te geven?

Kun je als verdachte verplicht worden de code te geven van je smartphone? Tot voor kort was het antwoord daarop: nee, dat kan niet. Dat zou een schending van het zwijgrecht opleveren. Het uitgangspunt is dat alleen biometrische gegevens onder lichte dwang mogen worden verkregen, zoals bijvoorbeeld vingerafdrukken.[1]

Het EHRM oordeelde op 19 mei 2026 echter dat een strafrechtelijke veroordeling voor het weigeren van het afstaan van een code om bestanden in een telefoon te ontgrendelen, een zogenoemde decryptiecode,[2] het verbod op zelfincriminatie niet raakt.[3] Bij een doorzoeking in de woning van verdachte werden drie telefoons gevonden.[4] Hij beriep zich op zijn zwijgrecht en weigerde de codes af te staan. Hem werd medegedeeld dat het weigeren van het decryptiebevel een strafbaar feit oplevert, met een strafbedreiging van maximaal drie jaar gevangenisstraf.[5]

Het EHRM stelt dat de data die door een code zou worden verkregen geen bescherming geniet van het nemo-teneturbeginsel.[6] Dit staat haaks op het (Nederlandse) uitgangspunt dat alleen biometrische sleutels onder lichte dwang mogen worden verkregen.[7] Het EHRM acht bovendien voldoende procedurele waarborgen aanwezig: een bevel van een rechterlijke autoriteit (in casu het openbaar ministerie), de mededeling dat weigering strafbaar is en de vaststelling dat de verdachte de code kent. Nu geen inhoudelijke verklaring wordt afgedwongen en de gegevens volgens het EHRM wilsonafhankelijk zijn, is geen sprake van schending van artikel 6 EVRM.

Een verschil met bijvoorbeeld de EHRM-zaak De Legé is dat de autoriteiten daar niet reeds over de gevraagde informatie beschikten.[8] In de onderhavige zaak waren de telefoons echter al in beslag genomen, zodat de verdachte niet langer de enige was die toegang tot de gegevens kon verkrijgen. Een vergelijking kan worden gemaakt met een huiszoeking naar bijvoorbeeld een zwarte boekhouding. Is deze administratie verborgen, dan is het aan de autoriteiten om deze op te sporen; de verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling door de vindplaats prijs te geven.[9] Hetzelfde zou mijns inziens dienen te gelden voor een decryptiecode. Kunnen de autoriteiten de gegevens zonder medewerking van de verdachte ontgrendelen, dan is geen sprake van een schending van artikel 6 EVRM. Wordt de verdachte echter onder dreiging van gevangenisstraf gedwongen de decryptiecode te verstrekken, dan is moeilijk vol te houden dat geen sprake is van gedwongen zelfincriminatie. Dat de gegevens onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaan, doet daaraan dan niet af. Hetzelfde geldt immers voor een verborgen boekhouding.

Artikel 434-15-2 Code pénal kent op dit moment geen equivalent binnen het Nederlandse wetboek van Strafrecht, waardoor de directe gevolgen binnen onze rechtspleging naar verwachting niet groot zullen zijn. Los daarvan is de uitkomst onwenselijk. Ik hoop dan ook dat de grote kamer zich hierover alsnog zal uitlaten.


[1] Artikel 558 Sv en HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202, r.o. 7.3. Dit bevel kan zowel worden gegeven ten aanzien van de code voor het openen van de telefoon als voor het openen van de gegevens op het ‘geautomatiseerde werk’. Het bevel kan zowel aan de verdachte als een ander worden gegeven.

[2] Dit is een toegangscode tot bepaalde bestanden, niet de toegangscode om een gegevensdrager te ontgrendelen, zie artikel 434-15-2 Code pénal.

[3] EHRM 19 mei 2026, ECLI:CE:ECHR:2026:0519DEC002362420 (Minteh vs. Frankrijk). De uitspraak is genomen door de kleine kamer van het EHRM.

[4] Tijdens een verkeerscontrole wordt de verdachte staande gehouden, omdat hij geen gordel droeg. De politie vindt contanten gelden, een mobiele telefoon en sporen van cocaïne en cannabis. Daarna volgt nog een doorzoeking in zijn woning.

[5] Daarnaast is een en een geldboete tot een maximum van € 270.000 mogelijk. Oplopend tot vijf jaar en een boetemaximum van € 450.000 indien de afgifte het plegen van een misdrijf had kunnen voorkomen.

[6] EHRM 19 mei 2026, ECLI:CE:ECHR:2026:0519DEC002362420 (Minteh vs. Frankrijk), par. 58.

[7] HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202, r.o. 7.3.

[8] EHRM 4 oktober 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:1004JUD005834215 (De Legé vs Nederland): In deze zaak oordeelde het EHRM dat het verplichten van een verdachte om reeds bestaande documenten over te leggen, ook indien dit wordt afgedwongen met een dwangsom, niet in strijd is met het het nemo tenetur-beginsel. Daarbij is van belang dat het uitsluitend gaat om reeds bestaand, wilsonafhankelijk bewijsmateriaal.

[9] Dat is anders als een vordering ex art. 81 AWR is uitgevaardigd.

Geschreven door:

mr. Irene M. Ippen

Deel dit artikel

Kennisbank

Meer artikelen & actualiteiten