Een rechtstekort in het belastingrecht

Een vordering kan aan een ander worden overgedragen. Dat geldt ook voor een vordering op de Belastingdienst. Verkrijgt de cessionaris daarmee ook het recht om daarover tegen de Belastingdienst te procederen?

Uit een uitspraak van Hof Amsterdam blijkt dat dit niet vanzelfsprekend is.[1] In die zaak had een vennootschap een vordering tot terugbetaling van antidumprechten overgenomen van de curator. De inspecteur wees vervolgens het terugbetalingsverzoek af, waarna de cessionaris beroep instelde. Hoewel tussen procespartijen niet in geschil was dat de cessionaris belanghebbende was geworden en daarmee het recht op beroep[2] had gekregen, oordeelde het hof anders. Volgens het hof was de cessionaris niet degene die rechtstreeks en individueel door de beschikking werd geraakt, omdat de beschikking op de oorspronkelijke rechthebbende zag. Dat de financiële gevolgen van die beschikking inmiddels bij de cessionaris terechtkwamen, was onvoldoende. Volgens het hof ondervindt de cessionaris als gevolg van de akte van cessie, dus indirect, financiële gevolgen van de beschikking.[3] Daarmee is geen sprake van een rechtstreeks belang.[4] Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.[5]

Eerder was een vergelijkbare situatie aan de orde in een zaak waarin het ging om een gecedeerde vordering in de vorm van terug te ontvangen omzetbelasting.[6] De rechtbank oordeelde dat de cessionaris niet kon worden aangemerkt als belanghebbende ex art. 26a AWR. Die bepaling geeft een limitatieve opsomming van degenen die beroep kunnen instellen; het gesloten stelsel van rechtsbescherming. Hof Amsterdam bevestigde dit oordeel. De rechtbank overwoog nog wel “dat het ontbreken van een zelfstandig beroepsrecht van een cessionaris mogelijk een rechtstekort oplevert als de belastingplichtige zelf geen bezwaar maakt.”[7] Het hof is hierop niet ingegaan.

Dit leidt tot een opmerkelijke situatie. De vordering is overgegaan onder bijzondere titel[8] en de cessionaris heeft als enige een financieel belang bij de vordering. De daarbij horende rechtsbescherming heeft hij echter niet. Daarvoor is hij afhankelijk van de oorspronkelijke rechthebbende. Indien laatstgenoemde geen rechtsmiddel aanwendt, staat de cessionaris met lege handen.

Alhoewel dit rechtstekort kan worden opgelost als partijen afspraken maken over het instellen van rechtsmiddelen, meen ik dat het niet aanvaardbaar is dat een rechthebbende op een vordering op de overheid, geen rechtstreeks toegang krijgt tot de bestuursrechter om die vordering te effectueren. Juist in de huidige tijd, waarin effectieve rechtsbescherming tegenover de overheid en de toegang tot de bestuursrechter in de belangstelling staan,[9] wringt dit. Tijd om de rechtsopvolger onder bijzondere titel, al dan niet onder voorwaarden, op te nemen in art. 26a AWR.


[1] Hof Amsterdam 16 juni 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1797.

[2] Het recht op beroep van art. 44 lid 1 DWU komt toe aan de persoon of personen die rechtstreeks en individueel wordt geraakt door de beschikking van de douaneautoriteiten die betrekking hebben op de toepassing van de douanewetgeving.

[3] Rechtsoverweging 4.3.

[4] Het Hof verwijst daarbij naar HR 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AR4027, r.o. 4 en HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1626, r.o. 4.3.1.

[5] Uit rechtsoverweging 4.3. volgt bovendien dat het beroep ook niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende niet eerst bezwaar heeft gemaakt.

[6] Hof Amsterdam 26 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:887.

[7] Hof Amsterdam 26 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:887, r.o. 7 (citaat uit de niet-gepubliceerde uitspraak van de rechtbank).

[8] Bij een verkrijger onder algemene titel zet de verkrijger volledig de rechtspositie van zijn rechtsvoorganger voort en daarmee ook de status van belanghebbende of belastingschuldige in de zin van art. 26a lid 1 AWR.

[9] Zie hierover onder meer Staatscommissie rechtsstaat, De gebroken belofte van de rechtsstaat. Tien verbetervoorstellen met oog voor de burger, Den Haag 2024, waarin onder meer wordt aanbevolen fors te investeren in rechtsbescherming; F. Jensma, ‘Rechters, wees eens wat strenger voor uzelf’, NRC 16 juni 2024; ‘Dienst Toeslagen krijgt 60 weken extra tijd voor bezwaren toeslagencompensatie’, NRC 26 maart 2025.

Geschreven door:

mr. Carole J.M. Perraud

Deel dit artikel

Kennisbank

Meer artikelen & actualiteiten