In het wetsvoorstel tot versterking van de waarborgfunctie van de Awb wordt de mogelijkheid tot inzage in het bezwaardossier losgekoppeld van het hoorgesprek.[1] Dat is een grote stap voorwaarts in de rechtsbescherming en in het praktisch invullen van de bezwaarfase.

Op grond van het huidige artikel 7:4, lid 2 Awb dient de inspecteur “de op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage” te leggen. Ziet de belastingplichtige af van het recht te worden gehoord dan zegt hij daarmee ook het inzagerecht vaarwel.[2] Er kunnen veel woorden worden gewijd aan de redenen van weleer voor de wetgever om beide rechten aan elkaar te knopen. Evident is dat dit de rechtsbescherming niet ten goede komt.

Indien in de fase voor de aanslagoplegging al uitvoerig is gedebatteerd met de inspecteur over een voorgenomen correctie en duidelijk is dat sprake is van een principieel verschil van inzicht tussen beide partijen, kan een hoorgesprek weinig toegevoegde waarde hebben. Maar een belastingplichtige daarom inzage in het dossier onthouden, is ongewenst.

In de praktijk kan dat worden opgelost door toch positief te reageren op het verzoek te worden gehoord. Dan kan inzage worden genomen en vervolgens alsnog worden afgezien van het hoorgesprek. Met het nieuwe voorgestelde artikel 7:4 Awb in combinatie met artikel 3:45b Awb is deze – in mijn woorden onzinnige en kunstmatige – route niet meer nodig. Op basis van deze bepalingen dient de inspecteur een belanghebbende tijdig toegang te verlenen tot alle op de zaak betrekking hebbende stukken.[3] Wanneer dit ruimere inzagerecht in werking treedt, is nu nog onbekend.

Tot op heden wordt in de rechtspraak op basis van het huidige wettelijk systeem nog uitgegaan van de koppeling tussen de inzage en het horen. Zo oordeelde bijvoorbeeld Rechtbank Zeeland-West-Brabant: “Aangezien belanghebbende geen gebruik heeft gemaakt van het recht te worden gehoord, heeft hij zichzelf die mogelijkheid onthouden. Of de wel door de inspecteur verstrekte stukken (…) alle op de zaak betrekking hebbende stukken waren, kan daarom in het midden blijven. Ook indien dat niet het geval is, is van een schending van het inzagerecht immers geen sprake doordat belanghebbende geen gebruik heeft gemaakt van zijn hoorrecht.”[4]

Het zou natuurlijk welkom zijn indien de rechter bij de beoordeling van een dergelijk geschilpunt de nieuw in te voeren bepaling alvast in zijn beslissing laat meewegen.[5] Een anticiperende interpretatie strekt dan immers tot versterking van de rechtsbescherming van de belastingplichtige. [6]


[1] Kamerstukken II, 2022/23, 29 279, nr. 763, Consultatieversie ‘Wet versterking waarborgfunctie Awb’.

[2] HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1107.

[3] Die dienen “zolang het besluit niet in rechte onaantastbaar is” ter inzage te blijven liggen.

[4] Rb. Zeeland-West-Brabant 20 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:7971.

[5] Of de inspecteur het dossier ook zonder hoorgesprek openstelt voor de belastingplichtige.

[6] Zie voor voorbeelden M.T.M. Hennevelt, Anticiperende rechtsvinding: de regels wijzigen tijdens het spel?, NTFR 2023/468.

Geschreven door:

mr. Anneke M.E. Nuyens

Deel dit artikel

Kennisbank

Meer artikelen & actualiteiten