Kán ik inzage verkrijgen in mijn belastingdossier? – Deel 1

Deze vraag leek in 2023, na het aannemen van het amendement van voormalig kamerlid Omtzigt, volmondig met ja te kunnen worden beantwoord. Anno 2026 behoeft de beantwoording nuancering.

Aanvankelijk diende de inspecteur op grond van de nieuwe wetsbepaling van artikel 66a AWR op verzoek van een belastingplichtige inzage te verlenen in het eigen fiscale dossier.[1] Bij algemene maatregel van bestuur zouden nadere regels worden gesteld in welke gevallen of ten aanzien van welke gegevens géén inzage hoefde te worden verleend.  De inspecteur diende op een verzoek tot inzage bij voor bezwaar vatbare beschikking te beslissen. Dat opende de weg naar een gerechtelijke toetsing.

Dit ruime en mijns inziens wenselijke inzagerecht bleek evenwel technisch en budgettair niet haalbaar. Inmiddels is een nieuwe, uitgeklede, versie van artikel 66a in de AWR neergelegd.[2] Op basis van deze aangepaste versie verleent de inspecteur uiterlijk bij de bekendmaking van een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking inzage in de ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’. Deze terminologie is gelijk aan het inzagerecht in bezwaar en ten overstaan van de fiscale rechter.[3]

In de nieuwe wettekst is dus geen sprake meer van een alomvattend inzagerecht op elk gewenst moment, maar wordt deze gekoppeld aan een te nemen besluit. De stukken worden beschikbaar gesteld via een digitaal portaal en blijven beschikbaar tot het moment dat deze worden vernietigd op grond van artikel 3 van de Archiefwet 1995.

Ook op basis van de nieuwe redactie artikel 66a AWR heeft de inspecteur de mogelijkheid om documenten af te schermen. Daarbij wordt de koppeling gemaakt met de ‘gewichtige redenen’ die we kennen uit procedures bij de fiscale geheimhoudingskamer.[4]

De bepaling is evenwel nog niet in werking getreden. De systemen van de Belastingdienst zijn nog niet toegerust om deze wijze van inzage mogelijk te maken. Totdat het zover is, bevat artikel 66b AWR sinds begin van dit jaar een voorlopige oplossing.[5] Op grond van dit artikel kán de inspecteur al inzage verlenen zoals bedoeld in artikel 66a AWR. Verplicht is hij dat dus nog niet.

Feit is dat op grond van de AWR (nog steeds) niet random kan worden verzocht een inkijk te krijgen in hetgeen de fiscus heeft verzameld over een persoon. Daarentegen hoeft nu niet te worden gewacht tot de bezwaarprocedure alvorens om inzage kan worden gevraagd.[6] Dat is in ieder geval enige vooruitgang en het is raadzaam daarvan gebruik te maken.

In deel 2 ga ik verder in op de huidige inzagemogelijkheid.


[1] TK 2023–2024, 36 418, nr. 107 (Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2024) en nr. 110 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID OMTZIGT C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 107.

[2] De inzage geldt ter zake van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rijksbelastingen.

[3] Vgl. art. 7:4 en 8:42 Awb.

[4] Ex art. 8:29 Awb (ten overstaan van de rechter) en art. 7:4 Awb (in de bezwaarfase).

[5] De overgangsfase voor artikel 66b AWR, onderdeel van de Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht, loopt tot en met 31 december 2031. Per 1 januari 2032 vervalt dit tijdelijke artikel.

[6] Zie ook https://vierhoff.nl/inzage-horen-ontknoopt/ waarin ik inga op de koppeling tussen het horen en de inzage in de bezwaarfase.

Deel dit artikel

Kennisbank

Meer artikelen & actualiteiten