Wat als na een turboliquidatie blijkt dat er nog baten zijn?

Over turboliquidaties is de laatste tijd veel te doen geweest. Enerzijds is betoogd dat hiermee veelvuldig fraude wordt gepleegd[1] en anderzijds heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid[2] in antwoord op Kamervragen geschreven dit beeld niet te herkennen.[3]

Een turboliquidatie houdt in dat een rechtspersoon die geen baten meer heeft, kan worden ontbonden door een besluit waarna deze direct ophoudt te bestaan.[4] Er vindt in dit geval geen vereffening plaats. Alleen de aanwezigheid van baten is relevant voor de toepassing van de turboliquidatie. Het hebben van (belasting)schulden is dat niet.

Voor de fiscus is van belang dat indien een belastingschuld van een niet meer bestaande rechtspersoon wordt vastgesteld,[5] deze ook binnen de aanslagtermijn wordt bekendgemaakt.[6] “Ingeval de fiscale rechter oordeelt dat de belastingaanslag niet rechtsgeldig bekend is gemaakt, dient de belastingaanslag te worden vernietigd als de termijn voor het opleggen van een belastingaanslag is verstreken, of alsnog bekendgemaakt te worden.”[7] Bekendmaking vindt plaats door de vereffening te heropenen dan wel met toepassing van art. 8, lid 2 Inv.wet.

Hof Den Bosch oordeelde op 25 maart 2026 over de vraag of een stichting daadwerkelijk was opgehouden te bestaan.[8] Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste eerder van wel alsook dat de aanslagen vennootschapsbelasting niet waren bekendgemaakt.[9] Aangezien de termijnen voor het vaststellen van de aanslagen inmiddels waren verstreken, vernietigde de rechtbank de aanslagen. Relevant is dat uit het Handelsregister volgde dat de stichting op 31 december 2017 was opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig waren.[10] De informatie in het Handelsregister moet vanzelfsprekend wel juist zijn en de juistheid kan in een procedure worden ontzenuwd.[11] Dat deed de inspecteur in hoger beroep, kennelijk beschikte de stichting toch nog over beslagen activa.[12] Het hof oordeelt vervolgens dat de stichting ten tijde van het opleggen van de aanslagen wel was ontbonden, maar niet was opgehouden te bestaan.[13] Bekendmaking van aanslagen vindt dan plaats door toezending aan de vereffenaar.[14]

Indien het bestuur van de stichting niet bekend was met de baten op het moment van de ontbinding, dient de vereffening heropend te worden door de civiele rechter.[15] Uit de civiele rechtspraak volgt dat die weg dient te worden bewandeld indien na een turboliquidatie alsnog van het bestaan van een eerder niet bekende een bate is gebleken.[16] Daarmee kan het al dan niet bekend zijn van een bate ten tijde van de ontbinding van de rechtspersoon bepalend zijn voor de vraag of de aanslag tijdig is bekendgemaakt.


[1] Zie o.a.: ‘Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op’, Het Financieele Dagblad, 20 december 2025; en ‘Fraude en turboliquidaties in Nederland’, De Groene Amsterdammer, 19 december 2025.

[2] Mede namens de Staatssecretaris van Financiën.

[3] Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1151, antwoord 2.

[4] Art. 2:19 lid 4 BW

[5] HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:542, r.o. 4.2.8.

[6] Art. 11, lid 3 en 16, lid 3 en 4 AWR.

[7] Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 35 027, nr. 3, p. 30.

[8] Hof Den Bosch 25 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:812.

[9] Rb. Zeeland-West-Brabant 7 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1487.

[10] Hof Den Bosch 25 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:812, r.o. 2.4.

[11] HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:543, r.o. 4.5.1. en 4.5.2.

[12] Over de jaren 2017, 2018 en 2019 heeft belanghebbende aangiften vennootschapsbelasting ingediend en aangegeven dat zij over bankrekeningen met een batig saldo beschikte.

[13] Hof Den Bosch 25 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:812, r.o. 4.7.

[14] HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1097, r.o. 3.2.2.

[15] Art. 2:23c BW.

[16] Hof Amsterdam 3 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3004.

Geschreven door:

mr. Carole J.M. Perraud

Deel dit artikel

Kennisbank

Meer artikelen & actualiteiten